Indonesië, de geschiedenis - Deel 2 - VOC  

 

 

 

 

 


puzzeltje 

In 1595 werd voor het allereerst door Nederlandse schepen naar Indië gevaren. Ze hadden ondekt dat de Portugezen de weg naar naar het Verre Oosten hadden gevonden. Die weg werd de specerijen route genoemd. Er werden een aantal houten schepen uitgerust en na een reis van twee jaar kwamen deze schepen weer terug. De reis was geen succes, van de 249 bemanningsleden kwamen er maar 87 terug. Maar het belangrijkste was dat men nu wist dat het varen naar Azië mogelijk was.

In 1602 werd de VOC (Verenigde Oost-Indische Compagnie)opgericht. Dit was een handelsmaatschappij die in naam van Nederland (wat in die tijd nog de republiek der ‘Zeven Verenigde Nederlanden’ heette) mocht handelen, oorlog voeren en bouwen (forten).
De Portugezen waren niet blij met de Nederlanders, oorlog kon dus niet uitblijven. De Nederlander veroverde diverse handelsposten op hen en op den duur overwonnen ze de Portugezen. Vanaf dat moment hadden zij de specerijmarkt in handen en probeerden deze te beheersen.
 

 
 

De VOC had hoofdkantoren in Middelburg, Rotterdam, Delft, Amsterdam, Hoorn en Enkhuizen.

De Engelsen hadden inmiddels ook de weg naar Indië gevonden, ze hadden heel veel invloed in de plaats Jakarta. Een bekende gouverneur-Generaal (bestuurder) was Jan Pieterszoon Coen. Hij pikte die grote invloed van de Engelsen niet, brandde de stad volledig in puin en vestigde op dezelfde plek de stad Batavia. Pas in 1950, 331 jaar later zou deze plaats weer Jakarta gaan heten.

De invloed van de VOC bleef ongeveer tweehonderd jaar duren, aan het einde van 1799 werd de VOC opgeheven. Tweehonderd jaar strijd en keiharde handel hebben Nederland enorm veel verliezen gekost maar heeft ook verschrikkelijk veel geld opgebracht.