Indonesië, de geschiedenis - Deel 1 - Hoe begon het?  

 

Heel vroeger was het eten behoorlijk flauw van smaak. Wij zijn tegenwoordig gewend om allerlei kruiden (specerijen) in ons eten te doen. In die tijd waren peper, nootmuskaat en andere kruiden heel erg duur en als je eenmaal een flinke voorraad had dan kon je enorm veel geld verdienen. Een oude bekende uitdrukking is: ’Dat is peperduur’. In die tijd kon je voor een grote zak peper een behoorlijk huis kopen! Wij hadden die kruiden niet in ons koude landje dus moesten we ze ergens anders vandaan halen.

 

Hier kun je de Indische kruiden bewonderen.

Wat tegenwoordig Indonesië is, heette vroeger Nederlands-Indië. Nederlands-Indië is 350 jaar heel belangrijk geweest voor Nederland. Het is namelijk één van onze kolonies geweest, een stukje Nederland heel ver weg.
Vanaf nu noemen we Nederlands-Indië voor het gemak even Indië.
Indië werd, voordat de Portugezen of Nederlanders er een voet op de wal zetten, bestuurd door diverse vorsten, sultans en prinsen. Deze hadden allemaal hun eigen gebied waar ze over heersten. Portugezen ontdekten als eerste de weg via de zee naar indië. Door hun komst ontstond er voor het eerst handel tussen Indië en Europa. Het ging alleen niet helemaal eerlijk want de Portugezen dwongen de bestuurders op een gegeven moment om handel met hen te drijven. Ze sloten contracten af zodat deze bestuurders alleen nog met hen, de Portugezen, mochten handelen.