Hoofdstuk 5

Sint Nicolaas.
 
Zo breekt dan 5 december aan, de verjaardag van St.Nicolaas. Zouden we er hier in de rimboe nog iets van merken? Maar dan wordt er 's middags op het appel bekend gemaakt, dat er een telegram van Sint Nicolaas binnen gekomen is met de mededeling, dat hij ons tegen de avond met z'n knecht Piet hoopt komen te bezoeken. Een luid hoera gaat er op, als dat vernomen wordt.
We zijn het er allen over eens, dat we hem dan ook op een waardige wijze moeten ontvangen. Daarvoor krijgen we die middag dan ook vrij van dienst. Het zeggen is, dat hij iedere compagnie, afzonderlijk, met een bezoek vereren zal.
Wij besluiten hem te ontvangen op het grasveldje, gelegen naast onze barak. In de eerste plaats moet er dus gezorgd worden voor een kampvuur.
Gelukkig weet iemand van ons, op het gewezen Japanse vliegveld, een vat met teer te liggen. Dit moet dus zo snel mogelijk opgehaald worden, voordat anderen ons soms voor zijn. Als de brandstapel gereed is, worden daar in carré banken omheen geplaatst en ook een spreekgestoelte voor St. Nicolaas.
's Avonds om 7 uur is de gehele compagnie in afwachting rond het kampvuur gezeten, dat nu spoedig ontstoken zal worden.
Om de tijd wat te korten, worden er sinterklaas-liedjes gezongen.
Als het kampvuur dan eindelijk ontstoken is, of liever gezegd het vat met teer, dat natuurlijk brand als een lier, krijgen we als vóór surprise chocolademelk met oliebollen en daar naast ook nog een "tinnetje" cigaretten van 50 stuks. Men begrijpt dat de stemming er nu in begint te komen.
En dan, plotseling, klinkt er trompetgeschal, ten teken dat de kindervriend, of misschien beter gezegd soldatenvriend, in aantocht is.
Zelfs de wacht komt "in het geweer", voor het gebruikelijke eerbewijs.
En dan verschijnt daar, voor onze stom verbaasde ogen, Sinterklaas, statig op een kleine witte schimmel gezeten en vergezeld van zijn altijd trouwe Pieterknecht. Er breekt een waar indianen-gehuil los, en naar hij later vertelde, is hij toen werkelijk even bang geweest dat hij door ons opgegeten zou worden.
Hij heeft een grote mand met kado's bij zich, en een ieder van ons moet vervolgens bij hem komen, om persoonlijk het kado in ontvangst te nemen.Het bijgevoegde gedicht moet dan hardop voor-gelezen worden, wat natuurlijk met de nodige hilariteit gepaard gaat.
Men begrijpt natuurlijk wel dat de kado's met bijgevoegde gedichten, door de jongens zelf, onderling zijn samengesteld.
Voordat Sinterklaas vertrekt naar een volgende compagnie, wordt hij eerst nog toegezongen.
Als hij dan vertrokken is, krijgen we nogmaals chocolademelk met oliebollen en tevens drie blikjes Engels bier.
We zijn het er allen over eens, dat dit een fijne avond geweest is, die we niet gauw vergeten zullen.
Sint Nicolaas in de tropen.
Deze foto komt niet uit het dagboek van Jan Mulder maar geeft wel een mooie indruk

De dag daarop, te weten 7 december, zullen we trouwens ook niet gauw vergeten. Op het ochtend-appel ontbreken namelijk een heel stel jongens, die allemaal aan eenzelfde vreemde ziekte blijken te lijden en daarom in bed zijn blijven liggen.
Vooral de jongens in de barak, naast die van ons, hebben het behoorlijk te pakken. De symptomen van deze ziekte blijken hevige krampen in het onderlijf te zijn. Er zijn er bij, die op de grond liggen te kronkelen van de pijn. 't Is angstig om aan te zien.
Ook de dokter staat voor een raadsel en weet niet wat de oorzaak kan zijn. De betreffende barakken worden meteen geïsoleerd, niemand mag hier meer in of uit.
De zieken worden daarop naar het ziekenzaaltje vervoerd, terwijl de meer ernstige gevallen onmiddellijk doorgebracht worden naar het militaire hospitaal in Penang.
Gelukkig komen er de volgende dagen geen zieken meer bij.
Een ingesteld onderzoek heeft inmiddels uitgewezen, dat de vergiftigingsverschijnselen te wijten zijn geweest aan het eten van bedorven vis. Vermoedelijk zijn er een paar blikjes bedorven vis in omloop geweest.
Na drie dagen geïsoleerd te zijn geweest, mogen we de barakken weer verlaten. De meeste zieken zijn al weer aan de beterende hand.
Enkelen zijn er echter heel slecht aan toe geweest, en liggen dan ook nog steeds in het militaire hospitaal te Penang. Doch gelukkig is ook bij hen het gevaar bezworen.

 

 

Terug naar de intro

Naar hoofdstuk 6