Hoofdstuk 13

Oprichting van de U-Brigade.
 
Het staat er zo eenvoudig 1-3-1946, Sungei Petani (Mialakka)
U-brigade opgericht, Commandant kolonel Sluyter, bestaande uit de U-brigade-staf, le.Reg.Jagers, kommandant majoor Den Uuden, 1-8 R.I, kommandant res.majoor Den Kruyff, 1-11 R.I, kommandant majoor Baden en 11-14 R.I, kommandant res.majoor Van Oort.
Koele, droge letters, die voor de outsider zo weinig zeggen.
Het is echter de dag, waarop een aantal bataljons, die ieder voor zich reeds geschiedenis gemaakt hadden, bijeen werden gegroepeerd tot een eenheid met een eigen kommandant en een eigen staf en die de naam U-brigade zou dragen.


De geschiedenis begint feitelijk reeds in februari 1946, toen de toenmalige majoor der Infanterie J.W.Sluyter opdracht kreeg zich naar Malakka te begeven als Kommandant der U-brigade, evenals de majoor Schotborg, die tot chef-staf werd benoemd.
Deze officieren arriveerden op Malakka, en ze zagen daar bataljons van de Koninklijke Landmacht en van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger, mannen die uit Nederland waren gekomen en soldaten, die juist uit krijgsgevangenschap der Japanners waren ontslagen.
Al deze soldaten trappelden van ongeduld om naar Java te vertrekken, ze hadden zich niet gemeld om de tijd op Malakka te verbeuzelen.
Het waren allen jongens van de daad en ze wensten Indië te ontrukken aan de kwaden en de demoraliserende greep der Japanners.
Men kan zich dan ook de blijdschap van deze kerels voorstellen, toen dit groepje officieren arriveerde, zij zagen namelijk dat grote einddoel nader komen.
Zeker er waren moeilijkheden, het was zelfs een bijkans niet te doorworstelen berg van moeilijkheden. Maar moeilijkheden waren er nu eenmaal om uit de weg geruimd te worden.
Zo stond de brigade dan gereed voor vertrek, toen Brigade Order Nr.1 verscheen,
Heden 1 maart 1946, nam ik het kommando van de U-brigade over.
Ik zeg den Luitenant kolonel Kapitz dank voor; de wijze, waarop hij alles wist te regelen en met zijn staf mij terzijde stond om in zeer korte tijd zo goed mogelijk te worden ingewerkt.
Toen ik van Java vertrok om mij naar Sungei Petani te begeven, werd mij gevraagd, waar ik in de toekomst te bereiken was. Ik heb hierop geantwoord, dat dit gemakkelijk zou zijn, omdat de U-brigade, waartoe ook uw bataljon behoort, van zich zal doen spreken door het geven van harde klappen, door het manmoedig inkasseren van teleurstellingen, door een juiste houding en fatsoen.
Officieren, onderofficieren, korporaals en manschappen hierop vertrouw ik.
Bedenk dat zelfdicipline een deugd is, die hoe moeilijk ook, van u gevergd moet worden, willen uwe handelingen en die van uw korps in de toekomst gunstig beoordeeld worden door duizenden, zo niet millioenen, die u straks zullen gadeslaan.
Ik neem vol vertrouwen het kommando van de U-brigade op mij, wetende dat wij met Gods hulp, gedragen door uw enthousiasme, uw goede wil en uw kunnen, gezamenlijk een goede toekomst zullen opbouwen.
Leve de Koningin.
Bij deze gebeurtenis werd tevens melding gemaakt,van de geboorte van het volgende U-brigade lied;

Zeeuw, Genie en Jagers,
Artillerie en Haan,
Wij zijn thans de dragers,
Van het U-brigade vaan,
Samen gaan wij strijden,
Trots, oprecht en fier,
Ons Indië bevrijden,
Met Open Vizier.

Onze U-brigade,
Zal steeds voortbestaan,
Zij het in herinnering,
Aan wat zij heeft gedaan,
Herbouw van haard en stede,
Onder Neerlands banier,
Met d'Open Vizier.

Gaan wij terug naar Holland,
Is onze taak volbracht,
Dan weten we dat in 't Vaderland,
Een andere plicht ons wacht,
Ook Nederland moet worden,
Zoals het is geweest,
Dat volbrengen wij als burgers,
Met de U-brigade geest.

 

 

Terug naar de intro

Naar hoofdstuk 14