Hoofdstuk 1

Verbandakte O.V.W. en reis naar Engeland.


De memoires van een O.V.W.er, die in de jaren 1945-1948, ingedeeld bij 1-8 R.I, z’n opgedragen taak ten behoeve van het vaderland, door een toeloop van omstandigheden, te vervullen kreeg in onze toenmalige kolonie Nederlands Oost Indië.


Na de bevrijding in 1945, deel uitmakend van de N.B.S. (Nederlandse binnenlandse strijdkrachten), tekende ik op 2 juli van datzelfde jaar een verbandakte, waarin ik mij verbond om als O.V.W.er overal ter wereld dienst te zullen gaan doen, waar de minister van Oorlog zulks nodig achtte.
Duitsland had inmiddels gekapituleerd, doch Japan nog niet.
De op dat moment aangeworven Oorlogsvrijwilliger-bataljons, waarvan 1-8 R.I. (Veluwe-bataljon of "Haantjes") dat gelegerd was in de Jan van Schaffelaar-kazerne te Ermelo, deel uitmaakte, waren bestemd om ingezet te worden als bezettingstroepen voor Duitsland.
Toen Japan in 1945, nadat de Verenigde Staten overgegaan waren tot een atoombom-aanval, plotseling kapituleerde, moesten er zo spoedig moge¬lijk bezettingstroepen voor de Pacific disponibel komen.
In verband met onze grote belangen in de Pacific, met name Oost-Indië, kon de Regering maar één juist besluit nemen, en dat was, zo spoedig mogelijk, de reeds geheel of gedeeltelijk aangeworven O.V.W.er bataljons naar deze gebieden overbrengen. Nederland beschikte namelijk op dat moment over géén andere troepen.
Voor 1-8 R.I. ving de reis naar deze Gewesten aan op de 15e. oktober 1945.
De dag daarvóór, met inschepingsverlof thuis zijnde, werden we via de radio opgeroepen om op 15 oktober 1945 te 9 uur in onze kazerne aanwezig te willen zijn, omreden dat op die datum de reis zou gaan aanvangen.
Dezelfde dag nog, vertrok ik naar Ermelo, meeliftend met de burgemeester van Putten.
Het militaire trucks vertrokken we de volgende dag naar Utrecht, en vervolgens per trein via Geldermalsen, Den Bosch, Tilburg, Roosendaal, Brussel naar Calais in Frankrijk. Na een onafgebroken reis van 16 uur, kwamen we daar op dinsdagmiddag aan.
Na een rustpauze van 2 uur in een aldaar gelegen transit-camp, werden we ingescheept op een "ferry-boat" met bestemming Dover.
Het weer was prachtig en na enige tijd zagen we de steile krijtrotsen van Engelands zuidkust opdoemen.
Toen we dichterbij kwamen, konden we de geweldige ingebouwde bunkers en mitrailleurnesten ontwaren. De lopen van de kanonnen waren nog dreigend naar buiten gericht. 't Geheel vormt één machtig bastion tegen een eventuele aanvaller. Tegen 6 uur in de namiddag arriveerden we in de drukke havenplaats Dover, waar schepen af en aan voeren.
Op de kade aangekomen, werden we door de Engelse Welfare verwend met warme koffie en broodjes, die zich natuurlijk buitengewoon goed lieten smaken, na zo'n lange reis.
Vervolgens konden we meteen in de gereed staande trein stappen, waar we tot onze oren in de zachte Pullman-kussens wegzakten.
Werkelijk een voortreffelijk staaltje van organisatie.
Toen de trein vertrok was het inmiddels donker geworden. We spoorden door donkere tunnels en langs door de maan verlichte meertjes, in de richting van het plaatsje Aldershot, het einddoel van onze reis in Engeland.
De vermoeiende reis en de zachte Pullman-kussens gingen nu echter hun tol eisen, want het werd steeds stiller in de trein, behoudens dan het toenemende gesnurk.
Tegen 11 uur in de avond werd ik wakker geschud en hadden we onze bestemming in Engeland              Route van Ermelo (NL) naar Aldershot (GB)
bereikt.
Nabij het plaatsje Aldershot, dat even ten zuid-westen van Londen is gelegen, werden we in een enorm groot militair barakkenkamp ondergebracht
De bedden in barak L2 stonden reeds uitnodigend te wachten en het duurde dan ook niet lang meer of alles verkeerde in diepe rust.
De volgende morgen worden op de appelplaats de kamporders voorgelezen, zodat iedereen weet waar hij zich aan te houden heeft, gedurende het verblijf hier in Engeland.
De bedoeling is dat we hier onze tropen uitrusting zullen ontvangen en verder de nodige injektie's c.q. vaccinatie's zullen krijgen ter voorkoming van diverse tropische ziekten.
Het vertrek vanuit Engeland is vastgesteld op 28 oktober.
In de tijd dat we bewegingsvrijheid genieten, willen we uiteraard zoveel mogelijk van Engeland zien. Ook Londen wordt natuurlijk met een bezoek vereert. Na aankomst op het enorm grote Victoria-station wordt er een bezoek gebracht aan Trafalgar-square, Thames-bridge, Westminster Abby,Buckingham Palace en ook Piccadilly Circus met z'n ondergrondse wegencomplex.
Alles is even groot en geweldig, hoewel de gevolgen van de oorlog toch duidelijk waarneembaar zijn. Af en toe zie je grote open ruimten, waar blijkbaar duitse bommen of V-wapens debet aan zijn.
Wat ons hier het meeste opvalt is dat nog nagenoeg alles zonder bon te koop is, hoewel het meeste wel erg duur is.
Ons kampement is een conglomeraat van allerlei nationaliteiten.
Naast ons Nederlanders, kom je Canadezen, Amerikanen, Polen en Engelse militairen tegen. De onderlinge verhoudingen laten helaas wel eens wat te wensen over.
Hier worden we als 1-8 R.I. van The Royal Netherlands Army ingedeeld bij het South East Asia Command (S.E.A.C.).
Op 28 oktober zullen we in Southampton ingescheept worden op het Nederlandse vlaggeschip de "Nw.Amsterdam", met bestemming Indië.
Als op zaterdag 23 oktober 's morgens om 6.30 uur de reveille wordt geblazen is alles meteen in rep en roer. bagage wordt gepakt en gekontroleerd. Tegen 10 uur marcheren we bepakt en bezakt, en tevens voorzien van een lunchpakket, af naar het station van Aldershot.
Het weer, evenals de stemming is goed.
Na 2 uur sporen door het prachtige in herfsttooi gekleurde Engelse landschap, komen we in de bunkerhaven Southampton aan. Het is een geweldige grote en drukke haven, waar schepen van allerlei nationaliteiten ligplaats hebben gevonden. Het doet ons goed ook daar ons grootste vlaggeschip de "Nw.Amsterdam te zien liggen. 't Is een geweldig groot schip en meet ongeveer 35.000 B.R.T. Momenteel doet het dienst als troepentransportschip voor de geallieerden.
Als we de loopplank opgaan, krijgen we de indruk dat we een of ander geweldig groot kasteel betreden. Via allerlei gangen en trappen komen we eindelijk bij de ons toegewezen hut Nr. 406 op het A-dek aan.
Deze hut moeten we met 9 man delen. We slapen in hangmatten, die boven elkaar, tussen stalen geraamten, opgehangen zijn.
Verder hebben we ook een douche-cabine met een W.C, tot onzer beschikking. We ontdekken al snel dat deze hut ongeveer midscheeps, aan de buitenzijde, is gelegen. Vanuit één der patrijspoorten kunnen we het buitengebeuren gade slaan. We zijn het er roerend over eens dat deze akkomodatie voor een troepentransportschip buitengewoon goed te noemen is.
Aan boord zijn grote eetzalen met aangebouwde keukens, die voor het inwendige van de passagiers zullen moeten zorgen.
Verder vindt men aan boord een zwembad, bioskoopzaal, sportdek, kantine, winkel, kapper, konversatiezaal, ja te veel om op te noemen.
Het geheel is zo overweldigend, dat we de eerste tijd steeds moeten zoeken om de hut terug te vinden.
Steeds meer militairen komen er over de loopplank naar boven.
Na 1-8 R.I. volgen de bataljons 1-6 R.I, 1-11 R.I. en het 1e. Reg. Jagers nog. Verder nog veel Marine personeel en het N.I.C.A. korps (civiel personeel, bestemd om in Indië de boel weer op poten te zetten).
Alles bij elkaar zitten er meer dan 5.000 mensen in de buik van dit enorme schip, als de loopplank wordt opgehaald.
't Is werkelijk onvoorstelbaar.

Inscheping in Southampton (1945)

Terug naar de intro

Naar hoofdstuk 2